unaniem

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • una·niem
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen unaniem unaniemer unaniemst
verbogen unanieme unaniemere unaniemste
partitief unaniems unaniemers -

Bijvoeglijk naamwoord

unaniem

  1. met eenheid van stemmen
    • De leiders van de 27 overblijvende EU-lidstaten hebben zaterdag een unaniem akkoord bereikt over richtlijnen voor de onderhandelingen over de Britse uittreding uit de Europese Unie. [1] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen