log

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Antiek handlog
Log met losse schroef aan een lijn

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • log
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Engelse "log" (stuk hout)
enkelvoud meervoud
naamwoord log loggen
verkleinwoord logje logjes

Zelfstandig naamwoord

log v/m

  1. (scheepvaart) (verouderd) snelheidsmeter voor zeegaande schepen geijkt in knopen (zeemijlen per uur)
    • De losse schroef van de log heeft afgedaan en is thans vervangen door een propeller die aan de romp is bevestigd. 
  2. (wiskunde) afkorting van (briggse) logaritme (grondtal 10)
    • Log 100 is 2, want tien tot de macht twee is gelijk aan honderd. 
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen log logger logst
verbogen logge loggere logste
partitief logs loggers -

Bijvoeglijk naamwoord

log

  1. omvangrijk en moeilijk wendbaar
    • Een olietanker is een groot log gevaarte. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
loggen

log

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van loggen
    • Ik log. 
  2. gebiedende wijs van loggen
    • Log! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van loggen
    • Log je? 
    • Ik log nog steeds een snelheid van acht knopen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie