loggers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • log·gers

Zelfstandig naamwoord

loggers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord logger

Bijvoeglijk naamwoord

loggers

  1. partitief van de vergrotende trap van log