bestek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Bestek.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bestek bestekken
verkleinwoord bestekje bestekjes

Zelfstandig naamwoord

bestek o

  1. (huishouden) gerei waarmee het eten aan tafel behandeld wordt
    Als je soep eet heb je alleen een lepel nodig als bestek.
  2. (bouwkunde) een zeer gedetailleerd omschreven bouwplan inclusief de van toepassing zijnde administratieve, juridische en technische bepalingen, materialen en uitvoeringsvoorwaarden.
    Het bestek was gelukkig op tijd klaar zodat men direct kon beginnen met bouwen.
  3. (scheepvaart) bepaling van de geografische plaats van een schip op zee
    De stuurman hield nauwkeurig het bestek bij.
  4. begrensde ruimte
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl