torpe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Portugees

Uitspraak
Woordafbreking
  • tor·pe
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
  mannelijk     torpe     torpes  
  vrouwelijk     torpe     torpes  

Bijvoeglijk naamwoord

[A] torpe

  1. onbeschaamd, obsceen.
  2. (moreel) laag, berucht, oneervol.
  3. zelfzuchtig.
  4. walgelijk, onrein.
  5. smerig.

[B] torpe

  1. verdovend, verlammend
  2. (figuurlijk) sociaal verlammend, verlegen

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 31-03-2021 Weblink bron torpe in: Dicionário Priberam da Língua Portuguesa, em linha (2008-2021) op dicionario.priberam.org


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • tor·pe
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
mannelijk torpe torpes
vrouwelijk torpe torpes

Bijvoeglijk naamwoord

torpe

  1. met moeite bewegend
  2. onhandig.
  3. onbeschoft, traag van begrip.
  4. oneerlijk, schaamteloos, onzedelijk.
  5. schandelijk, onfatsoenlijk, berucht.
  6. lelijk, grof, zonder versiering.

Zelfstandig naamwoord

torpe m

  1. (abstract) het onhandige, onbeschofte enz.
  2. (persoon) kluns, stommeling

Verwijzingen