houthakken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hout·hak·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
houthakken
hakte hout
houtgehakt
zwak -t volledig

Werkwoord

houthakken

  1. (inergatief) het met een bijl in houtblokken hakken van boomstammen
    We moesten elke dag houthakken om de kachel te laten branden.
Vertalingen