verheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van ver met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord verheid verheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verheid v [1]

  1. de afstand, de lengte
    • Met boldriehoeksmeting kan de verheid (afstand) tussen twee punten worden bepaald, de koers van afvaart, de vertex en eventueel een samengesteld traject als de breedte te hoog wordt. [2] 
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verheien: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van: verheien…
verbogen vorm: verheide

verheid

  1. voltooid deelwoord van verheien

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
36 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen