lomp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lomp
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lomp lomper lompst
verbogen lompe lompere lompste
partitief lomps lompers -

Bijvoeglijk naamwoord

lomp [2]

  1. zich op een onwellevende en onbehouwen manier gedragend, grof, plomp
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vod’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588 [3]
  • [4] [5]
enkelvoud meervoud
naamwoord lomp lompen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lomp v / m

  1. vod [6]
  2. (vissen) slijmvis [7]
Uitdrukkingen en gezegden
  • Zich niet laten lompen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen