jongeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jon·ge·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘jonge man’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • Afgeleid van jong met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e-
enkelvoud meervoud
naamwoord jongeling jongelingen
verkleinwoord jongelingetje jongelingetjes

Zelfstandig naamwoord

jongeling m

  1. jong persoon
    • Een jongeling van achttien jaren. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen