jongelui

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jon·ge·lui
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jongelui
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

jongelui mv

  1. aanspreektitel voor een groep jongeren
    • In het weekend scheuren hier jongelui met auto's door de straten. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

jongelui mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord jongeman

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.