jong

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jong
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen jong jonger jongst
verbogen jonge jongere jongste
partitief jongs jongers -

Bijvoeglijk naamwoord

jong

  1. van geringe leeftijd
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord jong jongen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

jong o

  1. een directe nakomeling van een dier
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
jongen

jong

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jongen
    • Ik jong. 
  2. gebiedende wijs van jongen
    • Jong! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jongen
    • Jong je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie