boodschappenjongen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bood·schap·pen·jon·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boodschappenjongen boodschappenjongens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

boodschappenjongen m

  1. jongste bediende van de laagste rang die allerhande klusjes voor anderen moet opknappen
    • Een pizzakoerier is een boodschappenjongen die pizza's rondbrengt. 
  2. (pejoratief) iemand die moet doen wat anderen zeggen
    • Lucas Papademos was een bekwaam bankier, maar als premier lijkt hij een wat stille boodschappenjongen. Het contrast met de Italiaanse premier Mario Monti is groot. [1] 
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Marloes de Koning 8 februari 2012