staljongen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

staljongen verzorgt de paarden
Uitspraak
Woordafbreking
  • stal·jon·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord staljongen staljongens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

staljongen m [1]

  1. een jonge mannelijke knecht die werkt in de stal en de dieren die daarin staan verzorgt
    • Equus van Peter Shaffer door het Nationale Toneel in regie van Johan Doesburg. Een psychiater krijgt een staljongen in behandeling die is geobsedeerd door paarden.[2] 
    • Black Beauty eindigde in races meestal als laatste. Maar voor een race in Londonderry stond zij in een stal waarin foto’s van Passendale aan de wand waren geprikt door een staljongen die de oorlog had overleefd. Die vertelde later hoe Black Beauty hevig begon te zweten, een heftig gehinnik uitstootte, schuim op de lippen kreeg en hoe haar ogen zich vulden met bloed. Daarna begon ze heftig te rillen en met het hoofd tegen de stalmuur te beuken.’Wat gebeurde er?‘In die huiveringwekkende ogenblikken verwerkte Black Beauty haar oorlogstrauma. En daarna was ze onverslaanbaar’ Waarvan acte[3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Volkskrant 8 oktober 2009
  3. Volkskrant Bram Tafelbakker, sporthistoricus 8 november 2008
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be