scheepsjongen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Schilderij uit 1799 dat een scheepsjongen uitbeeldt
Uitspraak
Woordafbreking
  • scheeps·jon·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scheepsjongen scheepsjongens
verkleinwoord scheepsjongentje scheepsjongentjes

Zelfstandig naamwoord

scheepsjongen o

  1. (scheepvaart) jongen in de tienerleeftijd, die op een schip is aangesteld om als manusje-van-alles te werken voor de rest van de bemanning
    • De razende kapitein begon in het wildeweg te schieten, maar alleen de scheepsjongen liep een schampwond op.[1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Leidsch Dagblad, 22 februari 1935