Naar inhoud springen

jongenskoor

Uit WikiWoordenboek
  • jon·gens·koor
enkelvoud meervoud
naamwoord jongenskoor jongenskoren
verkleinwoord jongenskoortje jongenskoortjes

hetjongenskooro

  1. (muziek) zangkoor met mannelijke kinderen
     ...het jongenskoor wacht in de gang van de Grote Kerk tot het mag aantreden[2]
     Van de 300 jongenskoren in de jaren 60 zijn er nu nog maar tien tot vijftien over. En in gemengde koren zitten steeds minder jongens.[3]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 14 december 2022 Weblink bron “In beeld: een Goede Vrijdag met Matthäus Passion en Paaspop” (Vrijdag 3 april 2015, 18:46), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 14 december 2022 Weblink bron “Koren luiden de noodklok: meer mannen nodig” (Vrijdag 20 februari 2015, 13:35), NOS