recent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cent
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen recent recenter recentst
verbogen recente recentere recentste
partitief recents recenters -
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘van kort geleden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1831 [1]

Bijvoeglijk naamwoord

recent

  1. een korte tijd geleden gebeurd of begonnen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen