jongere

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jon·ge·re
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘oudere* iemand globaalweg tussen de’ voor het eerst aangetroffen in 50 [1]
  • afgeleid van jonger met het achtervoegsel -e [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord jongere jongeren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

jongere m

  1. een persoon van jeugdige leeftijd
    • De jongeren wisten, ondanks de grondige controle, alcohol te kopen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Bijvoeglijk naamwoord

jongere

  1. verbogen vorm van de vergrotende trap van jong
    • De jongere medewerkers hadden daar niet zo'n probleem mee. 
Afgeleide begrippen


Verwijzingen