leeftijd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leef·tijd
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de stam van leven en tijd
enkelvoud meervoud
naamwoord leeftijd leeftijden
verkleinwoord leeftijdje leeftijdjes

Zelfstandig naamwoord

leeftijd m

  1. de tijd dat iemand leeft of geleefd heeft, het totaal aantal levensjaren
    • Wat is uw leeftijd? Ik ben vijftig jaar oud. 
  2. een bepaald tijdstip in iemands leven
    • Die man daar is van middelbare leeftijd. 
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Gemiddelde leeftijd.

Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie