jeugdig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jeug·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van jeugd met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen jeugdig jeugdiger jeugdigst
verbogen jeugdige jeugdigere jeugdigste
partitief jeugdigs jeugdigers -

Bijvoeglijk naamwoord

jeugdig

  1. jong, fris, onbevangen
Verwante begrippen
Vertalingen