honinggeel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·ning·geel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord honinggeel honinggelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

honinggeel o

  1. (RAL-kleur) een kleur geel met RAL-nummer 1005.
    • Heeft u die ook in het honinggeel? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen honinggeel honinggeler honinggeelst
verbogen honinggele honinggelere honinggeelste
partitief honinggeels honinggelers -

Bijvoeglijk naamwoord

honinggeel

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur geel, met RAL-nummer 1005.
    • Hij rijdt in een honinggele auto. 
Vertalingen

Gangbaarheid


Papiamento

Zelfstandig naamwoord

honinggeel

  1. honinggeel; een kleur, RAL-1005.