grijsblauw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grijs·blauw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grijsblauw
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

grijsblauw o

  1. (RAL-kleur) een kleur blauw met RAL-nummer 5008.
    • Heeft u die ook in het grijsblauw? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen grijsblauw grijsblauwer grijsblauwst
verbogen grijsblauwe grijsblauwere grijsblauwste
partitief grijsblauws grijsblauwers -

Bijvoeglijk naamwoord

grijsblauw

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur blauw, met RAL-nummer 5008.
    • Hij rijdt in een grijsblauwe auto. 
Vertalingen

Gangbaarheid