azuurblauw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • azuur·blauw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord azuurblauw
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

azuurblauw o

  1. (RAL-kleur) een kleur blauw met RAL-nummer 5009; een blauwe kleur zoals die van azuur.
    • Heeft u die ook in het azuurblauw? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen azuurblauw azuurblauwer azuurblauwst
verbogen azuurblauwe azuurblauwere azuurblauwste
partitief azuurblauws azuurblauwers -

Bijvoeglijk naamwoord

azuurblauw

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur blauw, met RAL-nummer 5009.
    • Hij rijdt in een azuurblauwe auto. 
Vertalingen

Gangbaarheid