lichtblauw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • licht·blauw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lichtblauw
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lichtblauw o

  1. (RAL-kleur) een kleur blauw met RAL-nummer 5012.
    • Heeft u die ook in het lichtblauw? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lichtblauw lichtblauwer lichtblauwst
verbogen lichtblauwe lichtblauwere lichtblauwste
partitief lichtblauws lichtblauwers -

Bijvoeglijk naamwoord

lichtblauw

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur blauw, met RAL-nummer 5012.
    • Hij rijdt in een lichtblauwe auto. 
     Ik bood hem er een aan uit mijn lichtblauwe pakje Gauloises Brunes zonder filter en gaf hem vuur met mijn solid brass zippo.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 11