honing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
honing

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord honing honingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

honing m

  1. (imkerij) een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen
    • Hij at een broodje met honing. 
Schrijfwijzen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl