honing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·ning
enkelvoud meervoud
naamwoord honing -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

honing m

  1. een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen
    Hij at een broodje met honing.
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie