pastelblauw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·tel·blauw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pastelblauw
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pastelblauw o

  1. (RAL-kleur) een kleur blauw met RAL-nummer 5024.
    • Heeft u die ook in het pastelblauw? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pastelblauw pastelblauwer pastelblauwst
verbogen pastelblauwe pastelblauwere pastelblauwste
partitief pastelblauws pastelblauwers -

Bijvoeglijk naamwoord

pastelblauw

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur blauw, met RAL-nummer 5024.
    • Hij rijdt in een pastelblauwe auto. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.