gas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: GAS
Uitspraak
Woordafbreking
  • gas
Woordherkomst en -opbouw
  1. voorgesteld door de Vlaamse arts en alchemist Van Helmont (1577-1644) naar analogie van het oorspronkelijk Griekse chaos.
  2. idem
  3. idem
  4. uit het Middelnederlands gasse
enkelvoud meervoud
naamwoord gas gassen
verkleinwoord gasje gasjes

Zelfstandig naamwoord

gas o

  1. (natuurkunde), (thermodynamica) aggregatietoestand; stof met een veranderlijk volume die uit losse moleculen of atomen bestaat
    • Argon en helium zijn gassen bij kamertemperatuur. 
  2. (verwarming) gasvormige brandstof.
    • Kook je op gas of op elektra? 
  3. (transport) de vluchtige brandstof die in een verbrandingsmotor ingespoten wordt.
    • Als je op dit pedaal drukt, geef je gas. 
  4. (verouderd) steeg
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
gassen

gas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gassen
    • Ik gas. 
  2. gebiedende wijs van gassen
    • Gas! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gassen
    • Gas je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

1 enkelvoud meervoud
naamwoord gas gaste

Zelfstandig naamwoord

2 enkelvoud meervoud
naamwoord gas gasse

gas

  1. gast
    «Hy was 'n gas in die viersterhotel.»
    Hij was een gast in het viersterrenhotel.
  2. gas
    «Stikstof en suurstof is gasse
    Stikstof en zuurstof zijn gassen.


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
gas gases

Zelfstandig naamwoord

gas

  1. benzine
  2. gas
Synoniemen


Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • gas

Zelfstandig naamwoord

gas m

  1. gas