gasfitter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gas·fit·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gasfitter gasfitters
verkleinwoord gasfittertje gasfittertjes

Zelfstandig naamwoord

gasfitter m

  1. (techniek) (beroep) vakman die gasleidingen aanlegt en onderhoudt
Verwante begrippen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.