tegengas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·gas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tegengas -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tegengas o

  1. ~ geven: ergens tegenin gaan
    • Hij besloot in de raadsvergadering flink tegengas te geven. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be