gaslek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gas·lek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gaslek gaslekken
verkleinwoord gaslekje gaslekjes

Zelfstandig naamwoord

gaslek o

  1. een opening waardoor gas kan ontsnappen
    • Door het gaslek gingen al onze kamerplanten dood. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.