gasdruk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gas·druk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gasdruk
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gasdruk m [1]

  1. de druk die een gas op voorwerpen, vloeistoffen en gassen kan uitoefenen
    • Een 19-jarige jongeman uit Eindhoven heeft in de nacht van vrijdag op zaterdag een hoofdwond opgelopen nadat hij werd geraakt door een gasdrukpistool of een luchtdrukwapen. Dat gebeurde nadat hij samen met een vriend naar huis liep na een avondje uit in Eindhoven.[2] 
    • Na rechercheonderzoek zijn beide verdachten aangehouden. Bij de militair thuis werden drie niet van echt te onderscheiden gasdrukwapens gevonden. De militair wordt vrijdag aan de rechter-commissaris voorgeleid. Dat geldt niet voor de vrouw, maar zij blijft wel verdachte in de zaak.[3] 
  2. de druk van het gas in een gasleiding
    • Een veiligheidsmechanisme schakelde de gastoevoer automatisch uit, toen de kast werd opengebroken. Hoewel het probleem inmiddels verholpen is, en de gasdruk terug is, kan het volgens Liander zijn dat de cv-installatie bij mensen thuis het niet of niet goed doet.[4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 18 nov. 2017
  3. de Telegraaf 18 nov. 2017
  4. NRC 18 nov. 2017