sag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Afrikaans

Uitspraak
stellend attributief vergrotend overtreffend
sag sagte sagter sagste

Bijvoeglijk naamwoord

sag

  1. zacht
    «Ons het natuurlik al agter gekom dat sommige plastieke hard is, terwyl ander weer sag is.»
    We zijn er natuurlijk al achter gekomen dat sommige plastics hard zijn, terwijl andere juist weer zacht zijn.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • sag
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse woord  sǫg zn 
Naar frequentie 11433
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   sag     m: sagen
v: saga  
  sager     sagene  
genitief   sags     m: sagens
v: sagas  
  sagers     sagenes  

Zelfstandig naamwoord

sag, m / v

  1. (gereedschap) zaag
    «Der er stjålet to sager
    Er zijn twee zagen gestolen.
  2. (bedrijf) zaagmolen, zaagwerk, zagerij
    «Tross alt var dette en gang den største sagen av sitt slag på Vestlandet, en sag som var i drift i nesten femti år.»
    Dit was tenslotte ooit het grootste zagerij in zijn soort in West-Noorwegen, een zaagwerk dat bijna vijftig jaar in gebruik was.
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Meroniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: Dra på saga!
Verdwijn!, Duvel op! (letterlijk: (afwijzend:) Trek naar de zagerij!)

Meer informatie


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • sag
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse woord  sǫg zn 
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   sag     saga     sager     sagene  

Zelfstandig naamwoord

sag, v

  1. (gereedschap) zaag
  2. (bedrijf) zaagmolen, zaagwerk, zagerij
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Meroniemen
Verwante begrippen

Meer informatie