cultuurloos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cul·tuur·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen cultuurloos cultuurlozer cultuurloost
verbogen cultuurloze cultuurlozere cultuurlooste
partitief cultuurloos cultuurlozers -

Bijvoeglijk naamwoord

cultuurloos

  1. zonder cultuur, zonder opvoeding of smaak
    • De ongelikte beer was een volkomen cultuurloos wezen dat nog nooit een museum van binnen had gezien, een boek had gelezen, laat staan naar een concert was geweest. 
Synoniemen

Gangbaarheid