cultuurbarbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cul·tuur·bar·baar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cultuurbarbaar cultuurbarbaren
verkleinwoord cultuurbarbaartje cultuurbarbaartjes

Zelfstandig naamwoord

cultuurbarbaar m

  1. iemand met weinig benul van culturele zaken en waarden
    • Die cultuurbarbaar zal dat prachtige concert echt niet naar waarde schatten. 

Gangbaarheid