post
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: post (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /pɔst/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /pɔst/
| [1, 2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | post | - |
| verkleinwoord | - | - |
| [3, 4] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | post | posten |
| verkleinwoord | postje | postjes |
Zelfstandig naamwoord
- toegezonden materiaal, zoals brieven; poststuk - poststukken.
- de posterijen en hun werknemers.
- een boekhoudkundige term voor een geboekt (aantal) bedrag(en), uren of andere administratieve eenheden.
- de stijl / het kader van een deur of raam.
Synoniemen
- [1] poststuk
- [2] postbedrijf
- [4] deurpost
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
na te kijken en in te delen vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
| posten |
post
Engels
Zelfstandig naamwoord
post
Latijn
Voorzetsel
pŏst + accusatief
Bijwoord
post