post
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: post (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /pɔst/
- (Vlaanderen, Brabant): /pɔst/
- (Limburg): /pɔs/
Woordafbreking
- post
| [1, 2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | post | - |
| verkleinwoord | - | - |
| [3-5] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | post | posten |
| verkleinwoord | postje | postjes |
Zelfstandig naamwoord
- toegezonden materiaal, zoals brieven; poststuk - poststukken
- de posterijen en hun werknemers
- een boekhoudkundige term voor een geboekt (aantal) bedrag(en), uren of andere administratieve eenheden
- de stijl / het kader van een deur of raam
- een station
Synoniemen
- [1] poststuk
- [2] postbedrijf
- [4] deurpost
Hyponiemen
- (1) luchtpost, pakketpost, veldpost
- (3) loonpost, schadepost, contrapost
- (4) deurpost, raampost
- (5) commandopost, ehbo-post, hulppost, kruispost, missiepost, observatiepost, politiepost, uitkijkpost, voorpost, waarnemingspost, wachtpost
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
na te kijken en in te delen vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| posten |
post
Engels
Zelfstandig naamwoord
post
Latijn
Voorzetsel
pŏst + accusatief
Bijwoord
post
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Na te kijken vertalingen
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Woorden in het Latijn
- Voorzetsel in het Latijn
- Voorzetsel met de accusatief in het Latijn
- Bijwoord in het Latijn