post

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
[1, 2] enkelvoud meervoud
naamwoord post -
verkleinwoord - -
[3, 4] enkelvoud meervoud
naamwoord post posten
verkleinwoord postje postjes

Zelfstandig naamwoord

post v/m

  1. toegezonden materiaal, zoals brieven; poststuk - poststukken.
  2. de posterijen en hun werknemers.
  3. een boekhoudkundige term voor een geboekt (aantal) bedrag(en), uren of andere administratieve eenheden.
  4. de stijl / het kader van een deur of raam.
Synoniemen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Werkwoord

vervoeging van
posten

post

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van posten
  2. gebiedende wijs van posten



Engels

Zelfstandig naamwoord

post

  1. paal m.



Latijn

Voorzetsel

pŏst + accusatief

  1. achter
  2. na
    «Post bellum.»
    Na de oorlog.

Bijwoord

post

  1. daarna, later
  2. achteraan
Persoonlijke instellingen