spot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spot
enkelvoud meervoud
naamwoord spot spots
verkleinwoord spotje spotjes

Zelfstandig naamwoord

spot m

  1. de handeling van spotten
  2. reclameboodschap
  3. lamp voor of licht van spotlight
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: de spot drijven met iets of iemand
spotten met iets of iemand

Werkwoord

vervoeging van
spotten

spot

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van spotten
  2. gebiedende wijs van spotten


Engels

Naar frequentie 1416
enkelvoud meervoud
spot spots

Zelfstandig naamwoord

spot

  1. plaats
  2. vlek
Uitdrukkingen en gezegden
  • to be on the spot
ter plaatse zijn
  • to put someone on the spot
iemand in het nauw brengen
  • to spot a mistake
een fout ontdekken
vervoeging
onbepaalde wijs to spot
he/she/it spots
verleden tijd spotted
voltooid
deelwoord
spotted
onvoltooid
deelwoord
spotting
gebiedende wijs spot

Werkwoord

spot

  1. vlekken
  2. herkennen