postzegel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: postzegel (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈpɔseχəɫ/, (duidelijk uitgesproken) /ˈpɔstzeχəɫ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈpɔseɣəl/, (duidelijk uitgesproken) /ˈpɔstzeɣəl/
Woordafbreking
- post·ze·gel
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | postzegel | postzegels |
| verkleinwoord | postzegeltje | postzegeltjes |
Zelfstandig naamwoord
postzegel
- betalingsmiddel voor het verzenden van post.
- Welke postzegel moet er op deze brief?
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. betalingsmiddel voor het verzenden van post
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.