betrekking
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: betrekking (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bə.ˈtrɛ.kɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /bə.ˈtrɛ.kɪŋ/
- (Limburg): /bə.ˈtrɛ.kɪŋ/
Woordafbreking
- be·trek·king
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | betrekking | betrekkingen |
| verkleinwoord | betrekkinkje | betrekkinkjes |
Zelfstandig naamwoord
betrekking v
- een band of relatie
- Dat land heeft geen diplomatieke betrekkingen met Nederland.
- een bezigheid waaruit men inkomsten haalt
- Ze heeft momenteel een tijdelijke betrekking.
- een verband
- Dit zeg ik u met betrekking tot uw vraag.
Vertalingen
1. een band of relatie
2. een bezigheid waaruit men inkomsten haalt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.