positie

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·si·tie

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord positie posities
verkleinwoord positietje positietjes

positie v

  1. een stand van het lichaam.
  2. een innerlijke houding.
  3. een plaats van waaruit men iets onderneemt.
  4. een toestand waarin iemand zich bevindt.
  5. een vaste betrekking.
  6. een maatschappelijke stand.
  7. (muziek) de ligging van de hand.
  8. (militair) een opstelling van troepen en materieel.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen