internet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·net
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van net met het voorvoegsel inter- (van het Latijnse inter “tussen”)
enkelvoud meervoud
naamwoord internet -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

internet o

  1. (telecommunicatie) een wereldwijd netwerk van computers met een gemeenschappelijk, gestandaardiseerd protocol (het TCP/IP-protocol
    Hoe lang zit jij per dag op internet?
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
internetten

internet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van internetten
  2. gebiedende wijs van internetten

Meer informatie


Engels

enkelvoud meervoud
internet -

Zelfstandig naamwoord

internet

  1. internet o.


Frans

Zelfstandig naamwoord

internet m

  1. spellingsvariant van Internet.


Italiaans

enkelvoud meervoud
internet -

Zelfstandig naamwoord

internet m

  1. internet o.



Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·net
enkelvoud meervoud
internet -

Zelfstandig naamwoord

internet v

  1. (telecommunicatie) internet o.