stil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stil
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stil stiller stilst
verbogen stille stillere stilste

Bijvoeglijk naamwoord

stil

  1. geen of weinig geluid producerend
  2. onbeweeglijk
  3. rustig, kalm
Antoniemen
Typische woordcombinaties
  • [1]: stille motoren
  • [1]: een stil wegdek
  • [2]: Sta stil!
  • [3]: stille revolutie
Vertalingen

Bijwoord

stil

  1. op stille wijze
    Stil maakte hij zijn examen af en leverde het in.
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    stilvallen: Plotseling viel de wind stil.

Werkwoord

vervoeging van
stillen

stil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stillen
    Ik stil.
  2. gebiedende wijs van stillen
    Stil!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stillen
    Stil je?


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • stil
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord stilus (= stylus, griffel)
Naar frequentie 834
[A] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   stil     stilen     -     -  
genitief   stils     stilens     -     -  

Zelfstandig naamwoord

[A] stil, g

  1. stijl (kenmerken, bijv. in vorm, type, smaak)
  2. (kunst) stijl, stroming
  3. (sport) houding
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [1]: personlig stil
de persoonlijke stijl
  • [2]: gotisk stil
de gotische stijl
[B] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   stil     -     -     -  
genitief   stils     -     -     -  

Zelfstandig naamwoord

[B] stil, g

  1. stijl
  2. (grammatica) mondelinge of schriftelijke presentatie
Synoniemen
Hyperoniemen
[C] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   stil     stilen     stile     stilene  
genitief   stils     stilens     stiles     stilenes  

Zelfstandig naamwoord

[C] stil, g

  1. (onderwijs) opzet
Typische woordcombinaties
  • [3]: skrive norsk stil
een Noors opstel schrijven


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • stil
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse naamwoord still (= schrijfwijze), dat van het Latijnse naamwoord stilus (= stylus, griffel) komt
Naar frequentie 1766
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   stil     stilen     stiler     stilene  
genitief   stils     stilens     stilers     stilenes  

Zelfstandig naamwoord

stil, m

  1. stijl
  2. (kunst) stijl, stroming
  3. (sport) houding
  4. (onderwijs) opstel
Hyperoniemen
Typische woordcombinaties
  • [1]: en kirke i romansk stil
een kerk in de Romaanse stijl
  • [1]: opptre med stil og eleganse
optreden met stijl en elegantie
  • [4]: skrive norsk stil
een Noors opstel schrijven


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • stil
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse naamwoord still (= schrijfwijze), dat van het Latijnse naamwoord stilus (= stylus, griffel) komt
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   stil     stilen     stilar     stilane  

Zelfstandig naamwoord

stil, m

  1. stijl
  2. (kunst) stijl, stroming
  3. (sport) houding
  4. (onderwijs) opstel
Typische woordcombinaties
  • [4]: skrive norsk stil
een Noors opstel schrijven