stilvallen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stil·val·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stilvallen
viel stil
stilgevallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

stilvallen

  1. ergatief niet langer van zich laten horen
    • Plotseling viel de zender stil. 
  2. ergatief ophouden actief te zijn
    • In de chaos was ook het werk aan de dam stilgevallen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.