stilzetten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stil·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stilzetten
zette stil
stilgezet
zwak -t volledig

Werkwoord

stilzetten

  1. overgankelijk iets geheel van zijn snelheid beroven
    • Hij zette zijn auto even stil om naar de kudde wildebeesten te kijken. 
Synoniemen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stilzetten

stilzetten

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van stilzetten
    • ...dat wij stilzetten. 
    • ...dat jullie stilzetten. 
    • ...dat zij stilzetten. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen