stille

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stil·le
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

stille

  1. verbogen vorm van de stellende trap van stil
     Binnen de kortste tijd hadden we de stille kroeg volledig overgenomen.[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord stille stillen
verkleinwoord -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als mannelijk zelfstandig naamwoord.

Zelfstandig naamwoord

stille m

  1. politieagent die geen uniform draagt en daardoor onherkenbaar is als agent
     Een collega naast mij gaf antwoord uit de grond van zijn hart: ja, het had hem boos gemaakt dat wij waren opgebracht en in de politiecoupé moesten zitten. De reactie volgde zonder aarzelen: de stille die ons had opgebracht had als speciale taak, het welzijn van buitenlandse reizigers in het oog te houden, ervoor te zorgen dat ze niet te vroeg uitstapten (lees: in kleine plaatsjes waar dat niet mag), en dat ze niet werden gemolesteerd of bestolen door inheemse reizigers.[3]
  2. iemand die niks zegt
      Het wijfje weet dezen toon meê aan te slaan; de stille wordt eensklaps spraakzaam; ‘blijf hier,’ zegt ze, ‘mijn man komt straks thuis, eet te avond eene bete broods meê.’[4]
  3. (figuurlijk) iemand die nooit aandacht vraagt, die probeert niet op te vallen
      "A Blot in the Scutcheon," toont ons den trotschen edelman, Lord Tresham, wiens zuster Mildred zich aan Lord Henry Morton heeft gegeven, en in z'n binnenste worstelen de hoogmoed van z'n adel, en de liefde voor Mildred, terwijl zij de stille is, de berustende, met haar niet uitgesproken droefenis.[5]
Synoniemen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord stille stillen
verkleinwoord stilletje stilletjes

Zelfstandig naamwoord

stille v / m

  1. (verouderd) afgezonderde plaats waar men kan plassen en poepen
      Evenzoo is stille niets anders dan de "chambre coye", de stille kamer, de plaats waar men zich afzondert, de retirade, om het Spoorwegstations-euphemisme te gebruiken.[6]
Opmerkingen
  • Het verkleinwoord "stilletje" is minder verouderd.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[7]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 19 juni 2021 Weblink bron Wim Raven Egyptisch dagboek in: Tirade., 310 jrg. 31 nr. 3 (mei/juni 1987), G.A. van Oorschot, Amsterdam, 301/302
  4. Bronlink geraadpleegd op 18 juni 2021 Weblink bron Salmagundi. in: De Gids., jrg. 15 deel 2 nr. 8 (augustus 1851), P.N. van Kampen, Amsterdam, p. 248
  5. Bronlink geraadpleegd op 18 juni 2021 Weblink bron H.W.P.E. van den Bergh van Eijsinga “De ziel der menschheid : Een boek van geestelijke waarden. 4e bundel” (1918), J. Ploegsma, Zeist, p. 238
  6. Bronlink geraadpleegd op 19 juni 2021 Weblink bron Eelco Verwijs Sprokkelingen in: De taal- en letterbode., jrg. 6. nr. 3 (1875), De erven F. Bohn, Haarlem, p. 274/275
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be