format

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • for·mat
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit het Engels overgenomen
enkelvoud meervoud
naamwoord format formats
verkleinwoord formatje formatjes

Zelfstandig naamwoord

format m en o

  1. een bepaalde opzet en vorm
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie