stilstand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stil·stand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stilstand stilstanden
verkleinwoord stilstandje stilstandjes

Zelfstandig naamwoord

stilstand m [1]

  1. bewegingloosheid
     Ik schrok me rot, ze kwamen pas 70 meter lager tot stilstand.[2]
  2. het ophouden van een ontwikkeling, beweging of werking
Hyponiemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be