druk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druk
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘het drukken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord druk drukken
verkleinwoord drukje drukjes

Zelfstandig naamwoord

druk m

  1. (natuurkunde) pressie, kracht die over een oppervlakte uitgeoefend wordt
  2. situatie dat iets of iemand je tot iets dwingt
    • Zijn finale-uitvoering van Arcade moet hij onder zware druk hebben gezongen. [2] 
  3. keer dat iets gedrukt is
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: iemand onder druk zetten
iemand proberen te dwingen om iets te doen
  • [2]: onder druk staan
gedwongen worden snel maatregelen te nemen
  • [2]: op iemand druk uitoefenen
iemand proberen te dwingen om iets te doen
Vertalingen
[4] Het is druk op het station.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen druk drukker drukst
verbogen drukke drukkere drukste
partitief druks drukkers -

Bijvoeglijk naamwoord

druk

  1. weinig tijd hebbend
    • Hij kan dit weekend niet komen want hij is druk. 
  2. weinig tijd latend
    • Hij heeft een drukke baan. 
  3. zich onrustig gedragend
    • Hij is de hele dag al heel druk, volgens mij heeft hij nog geen twee minuten stilgezeten. 
  4. met veel mensen, veel verkeer of grote bedrijvigheid
    • Het is erg lastig om deze drukke straat over te steken. 
     'Op drukke dagen hadden we hier enorme files. Er stond zelfs een gendarme op een rond podiumpje het verkeer te regelen', zegt ze, wijzend op een totaal verlaten kruispunt. Velen hebben zowaar heimwee naar die legendarische files van volgepakte auto's die zich door smalle dorpsstraten wurmden.[3]
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
drukken

druk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drukken
    • Ik druk. 
  2. gebiedende wijs van drukken
    • Druk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drukken
    • Druk je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen