bruisend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brui·send

Werkwoord

vervoeging van: bruisen
verbogen vorm: bruisende

bruisend

  1. onvoltooid deelwoord van bruisen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bruisend bruisender bruisendst
verbogen bruisende bruisendere bruisendste
partitief bruisends bruisenders -

Bijvoeglijk naamwoord

bruisend

  1. levendig
    • Amsterdam is de bruisendste stad van Nederland. 
     Het pad slingerde steeds dieper het dal in tot aan een woeste rivier. Ik had zelden zo’n enorme hoeveelheid water gezien. Bruisend en met een enorm geweld stortte het zich het dal door.[1]
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be