laken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ken
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord laken lakens
verkleinwoord lakentje lakentjes

Zelfstandig naamwoord

[A] laken o

  1. (materiaalkunde) wollen stof, die eerst is geweven en daarna vervilt
Overerving en ontlening
Vertalingen

Meer informatie

enkelvoud meervoud
naamwoord laken lakens
(arch.: lakenen)
verkleinwoord lakentje lakentjes

Zelfstandig naamwoord

[B] laken o

  1. een rechthoekig stuk stof dat ter bedekking dient
    • Doe je het laken op je bed? 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

laken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord laak
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
laken
laakte
gelaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

laken

  1. iemand iets verwijten
    • Zijn gedrag werd gelaakt door de commissie. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • la·ken
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

laken

  1. laken wollen stof, die eerst is geweven en daarna vervilt
Hyperoniemen