laken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘textiel’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord laken lakens
verkleinwoord lakentje lakentjes

Zelfstandig naamwoord

[A] laken o

  1. (materiaalkunde) wollen stof, die eerst is geweven en daarna vervilt
Overerving en ontlening
Vertalingen

Meer informatie

enkelvoud meervoud
naamwoord laken lakens
(arch.: lakenen)
verkleinwoord lakentje lakentjes

Zelfstandig naamwoord

[B] laken o

  1. een rechthoekig stuk stof dat ter bedekking dient
    • Doe je het laken op je bed? 
     Maar één ding wilde Pietje beslist niet: slapen in een groot bed met witte lakens.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

laken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord laak
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
laken
laakte
gelaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

laken

  1. iemand iets verwijten
    • Zijn gedrag werd gelaakt door de commissie. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • la·ken
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

laken

  1. laken wollen stof, die eerst is geweven en daarna vervilt
Hyperoniemen