hekelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hekelen
hekelde
gehekeld
zwak -d volledig

Werkwoord

hekelen

  1. overgankelijk fel bekritiseren, openlijk beschuldigen of veroordelen
    • De mensenrechtenorganisaties hekelen de wijze waarop het regime omgaat met de demonstranten. 
  2. overgankelijk (landbouw) vlasvezels van de laatste aanhangsels ontdoen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.