hekelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘over de hekel halen’ voor het eerst aangetroffen in 1485 [1]
  • Afgeleid van hekel.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hekelen
hekelde
gehekeld
zwak -d volledig

Werkwoord

hekelen

  1. overgankelijk fel bekritiseren, openlijk beschuldigen of veroordelen
    • De mensenrechtenorganisaties hekelen de wijze waarop het regime omgaat met de demonstranten. 
  2. overgankelijk (landbouw) vlasvezels van de laatste aanhangsels ontdoen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen