lakenhal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ken·hal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lakenhal lakenhallen
verkleinwoord lakenhalletje lakenhalletjes

Zelfstandig naamwoord

lakenhal v / m [1]

  1. historische markthal waar laken gekeurd werd

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen